maandag 18 mei 2020

Wiedverslaving

  
Al weken staat er een emmer in het aanstaande pompoen- en courgettevak. 
De inhoud was inmiddels ingeklonken. Als ik even de kans krijg, doe ik er 
onkruid in. Soms loop ik kris kras over de tuin en haal her en der iets weg. 
Soms lukt het om langer doelgericht te wieden. Zoals dinsdag na mijn werkdag. 
Ik was moe en het wa​s ​allemaal niet zo vanzelf gegaan, zoals het ook kan gaan 
op de tuin. Mede door het nieuws over de vijf omgekomen surfers dat me 
aangegrepen heeft. Een intens verdrietig drama op nog geen 
tien minuten fietsen van de tuin. Scheveningen rouwt.
In het avondlicht knielde ik neer onder de esdoorn. Een merel floot 
geruststellend. De boom staat op een hoek van een van de percelen. 
Vanaf Pasen neem ik regelmatig even plaats onder die boom. 
Ik zag sindsdien hoe de blaadjes en bloeiwijze zich steeds verder ontvouwden. 
Nu staat de boom vol in bladertooi, waardoor ik de wind hoorde ruisen. 
Direct rond de boom staan goudsbloemen en witte dovenetel weelderig te 
bloeien. Als ik onder die boom ben, dan daalt er tegelijk kalmte als 
vreugde in me neer. Ik wist niet wat ik meemaakte, toen ik het voor het 
eerst voelde. 
Woensdag is eigenlijk mijn vrije dag. Sinds Corona ben ik dan ook op de tuin. 
Ik merkte al snel dat het de plek is waar ik in deze tijd nog liever dan anders ben. 
Een clubje mensen dat ook meer tijd op de tuin wil zijn, sluit zich dan aan. 
De anderen waren aan het oogsten voor de keuken. Ik had mijn handen vrij om in 
mijn vak te wieden. De emmer raakte vol. Het eerste seizoen had ik soms de 
neiging om onkruid te zaaien als werkverschaffing, zo weinig kwam er op in de 
20 cm opgebrachte bemeste tuinaarde. Het tweede seizoen was het al heel 
anders. Vorige zomer kon ik het niet over mijn hart verkrijgen om 
ereprijs en vergeet-me-nietjes te wieden. Beide met schattige blauwe bloempjes. 
Ook de klaprozen met hun verleidelijke bloeiwijze kon ik niet weerstaan. 
Dus waar ze de ruimte hebben gekregen, hebben die drie afgelopen weken tapijtjes gevormd. 
En dan staan er nog veel meer soorten planten tussen. Ik denk dat er vorig 
jaar diverse zaden zijn mee gekomen met de compost van de andere locatie van 
Mens en Tuin en met de mest van Hoeve Biesland. Mogelijk komen er ook zaden 
uit de ondergrond. Het terrein heeft immers ruim tien jaar braak gelegen. Dit jaar 
kiemen er ook weer andere planten dan vorig jaar. Ik ken niet alle namen. 
Soms laat ik iets staan, om erachter te komen wat het is. 
Ik vind het heerlijk om mijn weg te vinden tussen de wirwar aan plantjes. 
Ik weet wat ik wel en niet wil laten staan. Daarbij vind ik het lastig om dat 
precies aan iemand anders duidelijk te maken. Ik denk dat ik daarom bij 
voorkeur zelf dit “hogeschool” wiedwerk doe. Terwijl ik tegelijk ook popel 
om iemand anders hierin mee te nemen en op te leiden. Anderen worden 
misschien onrustig van die chaos aan groen en al die keuzes, maar ik word 
juist enorm rustig van zo’n wiedklus. Als ik mijn dag niet heb, voel ik me 
na een half uurtje wieden een stuk beter. 
In een artikel over het boek  ‘Tuinieren voor de geest’ las ik dat de 
neuroloog Oliver Sacks zag dat patiënten met Parkinson, Tourette, ADHD en 
Alzeimer baat hadden bij de rust die een tuin op elk zintuigelijk niveau 
biedt. Ook wordt erin beschreven dat het effect niet louter spiritueel is, 
maar ook fysiek en neurologisch meetbaar. Er is biologisch bewijs dat door het 
inademen van bepaalde bacteriën in de grond het serotonineniveau in de 
hersenen wordt verhoogd. Je hoeft dus inderdaad alleen maar onkruid te 
wieden voor een beetjes extra gelukshormomen. 
Er staat nog geen gewas op de bedden, dus ik zou veel rigoureuzer te werk 
kunnen gaan. Maar er staan ook plantjes die ik wil laten staan, 
zoals uitgezaaide dille, sla, goudsbloemen en afrikaantjes. Ik heb een keer 
een schoffel erbij gepakt om een stukje te dicht gezaaide en klein gebleven 
postelein overwoekerd met onkruid om te schoffelen, maar ik merkte dat ik er 
toch liever met mijn neus boven op zit. 
Toen ik woensdag aan het eind van de dag naar de bedjes in het vak keek, 
zag ik dat er eindelijk lucht komt. Ik kreeg er eerder geen grip op. 
Er stond zo veel, dat ik soms ook niet wist waar ik moest beginnen. 
Het had ook geen haast, na Ijsheiligen gaan de vruchtgewassen er pas in. 
Maar met de daling van de temperaturen zijn we daar inmiddels aanbeland en 
de pompoenen en courgettes zijn vanaf de andere locatie in aantocht. 
In het avondlicht kroop ik woensdag toch nog even tussen het onkruid. 
Ik bewoog als vanzelf in de richting van de boom. Inmiddels begin ik er van 
overtuigd te raken dat het in die hoek barstensvol natuurwezens zit. 
Al wiedend dacht ik aan de docenten die me geleerd hebben de plantjes al in 
kiemstadium te herkennen. Twee ervan leven al een aantal jaar niet meer. 
Ze zijn niet oud geworden. Ganzevoet, zwarte nachtschade, vogelmuur, distels. 
En inmiddels heb ik er in de praktijk op land en tuin zo veel bij geleerd. 
Donderdag voor ik naar huis ging en de zon onderweg naar zee, liep ik nog even 
over de tuin.

Mijn ogen viel ineens op de rode haartjes van de papaver in knop. 
Ook zag ik de rode details op de stelen en bloemknoppen van de borage. 
En daartussen staken de koppies van de vergeet-me-nietjes fier uit. 
Pracht die zo maar vanzelf op deze plek groeit. Ik besloot dat het meer 
dan de schoonheid alleen is die me zo raakt. Morgen komen mijn leermeesters 
op de tuin kijken, de voormalige tuinders van Warmonderhof. 
Ik schreef het aan degene met wie ik de meeste uren op de tuin van Warmonderhof 
heb doorgebracht. ‘Nog een rondje schoffelen’ antwoordde hij. Precies dat. 
Alleen is het op deze plek dus nagenoeg alleen maar handwerk. Af is het nooit. 
En juist daarom groei ik zelf dagelijks aan de groei- en bloeikracht van 
alle mogelijke planten op onze tuin.  

x

Zondag 17 mei 2020 - 'Vaderdag'


17 mei 2020
37 jaar geleden, zo oud als hij geworden is. Ik weet er niks meer van. 17 mei is de nationale feestdag van Noorwegen. Grunnlovsdag. De Noren vieren dat er in 1814 overeenstemming werd bereikt over de Noorse grondwet. In 1936 werd de dag voor het eerst officieel gevierd door het Noorse parlement. Een dag nadat we zijn moeder, mijn oma, begroeven, ging ik met mijn toenmalige schoonfamilie in Bergen aan boord van een schip om langs de kust naar Noord Noorwegen te varen. 
Die reis stond al maanden gepland. Mijn oma vond het nodig om 4 dagen eerder ineens dood te gaan. 18 oktober 2011. In haar eigen benedenhuis in de Haagse Archipel, waar ze zo’n zestig jaar woonde. 103 jaar oud. Via haar achtertuintje ging de kist met haar erin naar de voordeur. De keukendeur moest nog uit de scharnieren gebikt worden om de kist niet te hoeven lichten. Achteraf gezien kon de timing van haar overlijden eigenlijk niet beter. De avond ervoor was ik nog bij haar geweest. Ze had me op het hart gedrukt van de reis naar Noorwegen te genieten. Ze wist hoeveel ik van Scandinavië hou. 
Haar begrafenis was er eentje van Corona avant la letter. In besloten kring. Alleen had zij bepaald wie er bij mocht zijn. We waren met 9. 2 mensen misten. Haar kist droegen we op onze schouders, terwijl we ‘qui peut faire de la voile sans vent’ zongen. Het gat waarin haar kist lag, hebben we zelf met de berg zand, die aan de kopse kant lag, dicht geschept. Ik denk dat ze dat nooit goed gevonden zou hebben, maar zo wilde ik dat graag. De plek van het graf voor drie had zij in eerste instantie samen met mijn ouders voor haar zelf uitgekozen. Zo anders hartverscheurend als het ging, had niemand voorzien. Ze was weg van de statige bomen op de begraafplaats. Ze vond het vreselijk toen er jaren geleden een boel gekapt werden. 
De tekst voor haar op de grafsteen had ze ook al vast gelegd. Stiekem hebben we zelf nog ‘onze dierbare oma’ eraan toegevoegd. De steen was deels al beschreven voor de vader van mijn vader, die twee jaar voordat ik ter wereld kwam, stierf. Zijn urn is later in het graf bijgezet. En voor mijn vader, die twee jaar na mijn geboorte stierf. Op zijn begrafenis waren veel mensen, maar ik was er niet bij.
Vandaag ging ik naar Oud Eik en Duinen. Dat doe ik elk jaar op deze dag. Toen ik er was, kroop er een rupsje langs de grafsteen omhoog. Tijdens het klimmen viel het een aantal centimeter naar beneden. Naast het graf heb ik een stukje tuin geplant. Damastbloem, goudsbloem, driekleurig viooltje en oost-indische kers. 
Mijn oma vertrok tijdens de tweede wereld oorlog met de laatste boot naar Indie om te trouwen. Haar aanstaande man was daar planter op een tabaksplantage. Ze kwamen in een Japans interneringskamp terecht. Vlak na de bevrijding van de kampen is mijn vader verwekt. Hij groeide op in Den Haag. Vrijdag vroeg een deelnemer op de tuin aan een andere deelnemer of ze er morgen ook zou zijn.’Het is morgen zaterdag’ zei ik. ‘Is het morgen vaderdag?’ verstond hij. De link met dat het dit weekend mijn ‘vaderdag’ zou zijn, werd dankzij een dierbaar lijntje vandaag gelegd. 

Kamille - Moederdag



Zondag 10 mei 2020 
Matricaria chamomilla
Mater = Moeder
Caria = Zorg
Chamai = Grond
Millon = Appel





Van de kamille die vorig jaar spontaan was opgekomen, plukten we in de zomer bloemhoofdjes voor de keuken van Greens. Dit voorjaar bleek de plant zich enorm te hebben uitgezaaid. De nakomelingen hebben we half april een ander eigen plekje gegeven om plaats te maken voor pompoen en courgette. Het werd een co-productie in Coronatijd door verschillende vrouwen. Ze staken de planten uit en zetten ze zorgvuldig in de grond. Het was een estafette zonder wedstrijdelement. Ongepland bleek het een bedje kamille door en voor moeders te zijn geworden. Allemaal hebben we onze eigen moeder-verhalen. In het jaar dat ik geboren werd, was het op 10 mei ook Moederdag. Ik was toen 10 dagen oud. Op diezelfde dag waren mijn ouders 2 jaar getrouwd. Mijn vader lag doodziek in bed, hij stond even op om zijn moeder, die bij ons op bezoek kwam, te begroeten. Ik lag op het balkon. Mijn moeder appte me dat vandaag. Kamille heeft deze lente voor mij extra betekenis gekregen. En deze zondag heb ik daar nog eens bij stil gestaan 🌼💛 


vrijdag 13 december 2019

Astraliteit

Er breekt een zonnetje door. Ik struin de tuin af naar eetbare bloemen die zo laat in het seizoen nog dapper bloeien. De keuken van Greens maak ik er blij mee. De wind blaast de laatste bladeren van de bomen. De bedden op de tuin zijn bedekt met een herfsttapijt. Er staan nog wat goudsbloemen te stralen. Ook vind ik een enkele bloemetje van het driekleurig viooltje en van komkommerkruid. Aan de bloei van de Oost-Indische kers en de Afrikaantjes is door de eerste nachtvorst een einde gekomen.












Ineens zoemt er een grote hommel om me heen. Het beestje strijkt neer op mijn paarsblauwe wollen vest, kruipt zelfs even in het zakje en hopt langs de goudkleurige knopen. Ik ben verbaasd dat deze hommel eind november nog een ronde vliegt. Is het een koningin die zich heeft volgegeten een veilig plekje zoekt om te overwinteren?
Het voelt als een ontmoeting als een dier even zo dichtbij komt. Een paar weken terug waren een vrijwilliger en een deelnemer in de regen op de tuin aan het werk. Het weer deerde ze niet, in tegendeel. Plotseling kwam er een donzig roodborstje bij ze zitten. Het diertje vloog niet weg en hupte onverstoord over de pas gewiede grond. In het voorjaar hadden we een nestje roodborstjes achter ons huisje op de tuin. Zou het een jong vogeltje van die leg geweest zijn? 

Lof with Love



Mag ik ook een pond lof? De lof is niet aan te slepen. Lof van en voor Gert van Herk! Hij zaaide in april de witlof in de volle grond voor de pennen (wortels). Hij rooide deze pennen in oktober. Hij liet ze een paar weken in de vriezer koud liggen en plantte ze in de kas. Eind november kon hij de eerste stronkjes snijden. Vorige week de primeur met 1 kistje. Vandaag drie kistjes. Tot in februari is er witlof. Een Poolse klant vroeg hoe je het in het Nederlands zegt. Een andere klant zei: ‘klinkt als love’. Lof with Love! 

maandag 21 oktober 2019

Das pas GREENS


FALL in LOVE | Nu de herfst in volle gang is, staat er minder gewas op de tuin. Bedden die leegkomen, zaaien we in met groenbemester. Daarvan blijken er een aantal eetbaar te zijn. 
Met een paar kostelijke bloem-, boomblaadjes en (on)kruiden als berkenblaadjes, duizendblad, afrikaantjes, oi-kers, goudsbloem, vogelmuur en dovenetel erbij, hadden we vanochtend weer een mooi gevuld kratje. Toen ik met het spul de keuken binnenkwam, werden de net opgemaakte borden door de chef direct afgemaakt met verse wikke en eetbare bloemetjes die ik meebracht. Dat is pas: #greens #farmtotable 
#mensentuininhetpark #wegenenwikken #plaatsopdepas 🙃#droombaan

FALL in LVE | Nu de herfst in volle gang is, staan er minder gewassen op de tuin. Typische gewassen van deze tijd zijn venkel, peen, prei, bleekselderij, knolselderij, boerenkool en palmkool. De tomatenplanten hebben we ivm een ziekte leeg moeten plukken. Van de vijf kilo onrijpe tomaten die eraf kwamen, heeft de chefkok van het restaurant salsa verde gemaakt. 
Bedden die vrij komen, zaaien we in met groenbemester. Dit doen we om de structuur van de grond te verbeteren, om de bodem bedekt de winter in te laten gaan en om stikstof uit de lucht te binden. Er blijken tevens een aantal groenbemesters eetbaar te zijn.
In samenspraak met de chef oogsten we ook een aantal kostelijke bloem-, boomblaadjes en (on)kruiden als berkenblaadjes, duizendblad, afrikaantjes, oi-kers, goudsbloem, vogelmuur en dovenetel. Zo leveren we deze weken nog steeds kleurrijke palletjes en in alle tinten groen gevulde kratjes aan het restaurant. We beleven er veel plezier aan om dit met z’n allen te oogsten. De tuin wordt zo optimaal benut. Toen ik laatst met de producten de keuken binnenkwam, werden de net opgemaakte borden direct door de chef afgemaakt met verse wikke en eetbare bloemetjes. Dat is pas Greens! En psssst… de chef gaat binnenkort zelfs bier brouwen met onze groenbemester boekweit.

Rotterdamse markttaal


In de scootmobiel. ‘Dag wijfie’. Altijd een kropje andijvie. Soms krootjes. Vandaag een bloemkool erbij. ‘Gooi er maar in kindje.’ #rotterdammert 

Boeket in vogelvlucht


8 jaar geleden plukte ik dit boeket op de gewijde grond van Warmonderhof. Toen had ik geen notie dat mijn oma 4 dagen later zou sterven. 2 dagen voordat we met een dierbaar gezelschap naar Noorwegen zouden vliegen. Ik had nog gezegd dat een annuleringsverzekering voor de vlucht niet nodig was. Oma zou heus niet precies dan dood gaan. Met een dag vertraging vetrokken we wél naar het Noorden. Nog geen 24 uur eerder hadden we eigenhandig met spades haar kist met een bult aarde bedekt. We waren net op tijd voor de boot naar Kirkenes. Een betere timing zou er niet geweest zijn om zo’n epische reis te maken. Noorderlicht en orka’s inclusief. De avond voor ze stierf had mijn oma me nog op het hart gedrukt van Noorwegen te genieten. Ze wist hoeveel Scandinavië voor me betekent. Zelf maakte ze ook de prachtigste reizen. In mijn afstudeerjaar reisde ik haar nog achterna naar Zuid-Duitsland. Ze was toen 101. Met haar dood stortte mijn wereld niet in elkaar, zoals ik van kinds af aan gedacht had. Wel zou het een begin van een stormachtige en verwarrende episode worden. Een keerpunt. Uiteindelijk verliet ik de Flevopolder, waar ik veel achterliet. Ik belandde in Den Haag. De stad waar mijn oma in de jaren vijftig neerstreek en waar mijn vader opgroeide. Toen ik nog in Leiden studeerde en ik regelmatig bij mijn oma op bezoek ging, gaf ik stilletjes af op de Hofstad. Vlak na haar overlijden ontdekte ik al fietsend de charme ervan. Nu woon ik er al bijna 7 jaar. En ik teel zelf(s) op bescheiden schaal groentes én bloemen. 8 jaar geleden had ik niet geloofd dat het zo zou gaan #backintime

Knolselderen


Hoe de manier van oogsten van een gewas in mijn systeem gebeiteld zit. Zoals ik het van de meester geleerd heb dan. Met knolselder is het een beetje op de tast je mes in de grond durven steken. Dwars en rondom langs de wortels snijden en een knol overhouden. Vervolgens de haarworteltjes en grond met je mes van de knol afschrapen. Vanochtend zat ik in mijn eentje in het knolwortelvak. Ik dacht er aan dat mijn allermattie vaak de knolselders sneed op Warmonderhof. Zelf was ik meer van de bladgewassen. Ze konden me het land op sturen voor kisten sla en bossen snijbiet. De kick om een krop met 1 snede kistklaar te maken. En steeds een bos snijbiet achterlatend op het pad en dan zoveel meenemen naar het kavelpad als mijn armen konden dragen. Toch heb ik genoeg knolselders geoogst om precies te weten waar ik mijn mes moet zetten. Wat een euforie maakt dat oogsten los. Tegenwoordig ben ik zelf óók wat meer van de wortelgewassen. Lekker grof en ik ga makkelijker met mijn handen de grond in. Deze knolselders stellen weinig voor qua grootte. Meer wordt het niet. Ze zijn in februari gezaaid en niet lang na Ijsheiligen geplant. Voor de eerste nachtvorst moeten ze allemaal van de tuin zijn. Het is een trage groeier en de groei bleef uit. Ik kan zeggen dat de teelt mislukt is. Maar Gert zegt: ‘klein maar fijn en mooi gezond blad.’ Fris groen inderdaad. Het loof van zijn klei-knollen is donkerder. Mijn groen gaat ook nog eens niet verloren, want van alle afsnijdsels wordt bouillon getrokken. En de chef van Greens heeft de eerste partij mini-knolletjes gekonfijt in boter. Hij zoekt enkel nog naar een manier om de schil knapperig te krijgen. Stel je voor dat je daar je tanden in zet. En dan dat zachte romige binnenste. #farmtotable

maandag 14 oktober 2019

Embedded


Embedded. Als voor en achter de schermen samen valt. Als er ineens een gesprek met onze marktantropoloog ontstaat en klanten even op de achtergrond verdwijnen. Als mijn oud Warmonderhoffer-buurman, die wél biologische groentes verkoopt, mijn kraam als vanzelfsprekend even overneemt. En ondertussen dit moment ook nog vastlegt. ‘Horen jullie bij elkaar?’ vroeg een klant. Het is maar hoe je het bekijkt. We staan achter onze naadloos in elkaar overlopende kramen. We brengen groentes aan de man/vrouw en staan onze klanten te woord. De antropoloog stelt vragen, tekent antwoorden en verhalen op voor zijn promotieonderzoek over lokaal eten. ‘Wat vertelt jouw gevulde boodschappentas?’ ‘Waarom kom je naar de markt?’ Wat ik me afvraag is waarom vrienden, familie en bekenden van klanten niet naar de markt komen. Zelf kan ik wel weer een boek schrijven over momenten en gesprekken tijdens deze marktdag. Zowel met klanten als met medemarkters en natuurlijk zoals altijd weer met de boer die aan de basis staat van de producten die ik voor hem verkoop. Over leven en dood. Over lief en leed. Een marktplein schept verbinding. Eten verbindt #marktfamilie #rotterdamseoogst

dinsdag 3 september 2019

Van top tot teen tuinbonen


Vaak begint een marktdag met een klein college van Gert van Herk. Gewoon omdat ik altijd wel een vraag heb als ik de groentes zie en dan volgt al luisterend vanzelf weer een volgende vraag. Gister vertelde hij dat de tuinbonen, die hij in mei als laat probeersel nog 'gelegen' had, nu bloeien. Hij betwijfelt of ze nog peulen gaan krijgen. Hoezo? 'Omdat ik denk dat de groei van de plant voor de langste dag plaatsvindt.' Ik opperde om ze als tuinboontoppen te oogsten. Ik vertelde dat we op Warmonderhof in het najaar het opschot van de tuinboon oogstten. De gewasresten voerden we na de teelt af, maar er bleven altijd wel peulen achter op het land, waar de bonen van kiemden en uitgroeiden tot mals loof. Gert zei dat het loof van deze lichting daar al te oud en stug voor is, - 'de stengels zijn hol, misschien als rietje, alleen zijn ze vierkant'. Op het perceel waar de overige tuinbonen stonden, de eerste in februari gezaaid, komt de komende weken boerenkool 'en daarin wil ik geen opschot'. Maar hij zag wel in dat het een nieuw en anders product zou zijn, fris en jong. Ik zei dat ik het voor restaurant Greens wil proberen. Daarvoor zou ik opnieuw tuinbonen zaaien. 

Afgelopen week plukten we op de tuin ruim 5 kilo tuinbonen, die we als service naar het restaurant hebben gedopt en waar 1,8 kilo bonen van overbleef. Ik hoorde dat de chef ze wilde dubbeldoppen. Ik heb van een aantal planten de peulen laten hangen om zaad van te winnen. Opschot zal ik niet hebben, elke peul telt als het grootste deel van het zaad en kiemen opgegaan is aan de kauwtjes en muizen. Ik zei tegen Gert dat de bloemen van tuinbonen ook fantastisch zijn, omdat ze al naar tuinboon smaken. Dat wist Gert dan weer niet. Oké, hij houdt absoluut niet van tuinbonen en is niet zo'n experimentele eter, dus gaat zo'n bloem niet in z'n mond stoppen, maar ik hem wel iets bijgebracht. Wie had dat gedacht. 

Een paar weken terug had Gert twee rassen tuinbonen bij zich. Die hebben we 's ochtends dus even opengemaakt. Lesje "rassenleer". Witkiem heeft een grote peul, maar maakt 4 bonen. Als ze oud worden, worden ze taai net 'sjoelballen'. Listra maakt een kleinere peul, maar zijn 'beregoed gevuld' met 5 bonen. Het levert minder kilo's, maar de klant houdt schoon meer over. Listra heeft niet het vliesje met het typische bittertje dat veel mensen tegenstaat. Zelf merkte ik dat de bonen van Listra niet grijs koken en dat het kookwater niet bruin wordt, zoals bij Witkiem. Dat vliesje is één van de redenen dat mensen dubbeldoppen. Een dubbel gedopte tuinboon is prachtig heldergroen van kleur, maar het is bewerkelijk en ik vind het achterhaald en overgewaardeerd. Net zoiets als bonenkruid, elk jaar heb ik wel een klant die weigert tuinbonen te kopen, omdat ik geen bonenkruid heb. Ik heb nu zelf bonenkruid op de tuin staan en was voornemens het mee naar de markt te nemen, om me van mijn beste kant te laten zien, maar verzuimde vooralsnog. 


Vorige week had ik tuinbonen tekort, er gingen 6 kisten doorheen. Gister bleef ik met 4 kisten zitten. Gert had een kist of 2 meer meegebracht, maar het was een tamme markt. Juli 2014 bracht Gert 16 kisten, 240 kilo die ik, als ik het me goed herinner, allemaal verkocht. De prijs was 1 euro per kilo, de helft van wat het nu is. 

Foto: Buijtenland van Rhoon
Klanten komen terug voor de tuinbonen, ze zijn er lovend over: 'absoluut perfect', 'fantastisch', 'niet die typische tuinbonensmaak, de smaak is zacht, ze proeven naar net geplukt'. Nog 1 keer dit seizoen.
Foto: Keep on Blogging

woensdag 26 juni 2019

Haters en liefhebbers

9 juni 2019

Vorige week zei Gert dat hij deze week waarschijnlijk de eerste tuinbonen zou hebben. ‘Nog niet veel.’ Dinsdag appte ik hem met de vraag of het inderdaad zo was. Dat was zo, hij dacht slechts twee kisten te kunnen plukken. Vrijdag appte hij dat het er vijf werden. Door de regen dinsdag en woensdag waren ze nog hard gegroeid. Aan de randen van de bedden hadden de peulen meer licht gehad en waren ze wat groter. Ik meen dat ik ze nog niet eerder zo vroeg had op de markt. Ze zijn in de tweede helft van februari gezaaid, toen het bizar mooi weer was voor de tijd van het jaar en het bij ons beide kriebelde om het land op te gaan. 

De prachtige rassen tuinbonen die ik zaaide, zijn grotendeels opgegeten door de kauwtjes en na opnieuw zaaien en afdekken met doek of gaas opgevroten door de muizen. We hadden het er eind april over dat je doek niet te lang over het gewas moet laten liggen, omdat het dan te zwaar gaat drukken. ‘Als een tuinboon eenmaal krom hangt, komt ie niet meer omhoog.’ Dat wat bij mij op de tuin aan tuinbonen over is, staat nu in bloei onder de zwarte bonen luis. Een deel van de planten staat krom, na een keer te zijn platgeslagen door de regen. Niet zo mijn tuinbonenjaar. 

Het was een marktdag van onstuimig weer. Harde windvlagen, buien en het idee dat er bij het aantrekken van de wind iets om je oren kon vliegen. Het begon druk, maar de laatste paar uur was het stil. De Pinksteruittocht. Ik hield zelfs een kist tuinbonen over. Er was wel een stel speciaal naar mijn kraam gekomen voor tuinbonen, omdat ze op social media van Rotterdamse Oogst hadden gelezen dat ik de eerste had.
Ik zei tegen Gert dat tuinbonen mijn lievelingsgroente is. Hij zei dat hij laatst thuis binnenkwam en zijn vrouw tuinbonen had gemaakt. ‘De volgende keer als dat zo is, loop ik weer naar buiten.’ Hij heeft het weer geprobeerd, maar vindt ze echt niet te eten. ‘Jij wordt er dus niet blij van.‘ Nee, wel wild.’
Ik vroeg waarom hij ze dan teelt. ‘Omdat er wel vraag naar is.’ Gister kreeg ik alle producten weer net op de kraam, maar in 2013 kon ik de halve kraam volladen met kisten tuinbonen, ik verpakte zakjes van een kilo voor, omdat mensen er voor in de rij stonden. 


Een fotograaf legde me destijds vast met een hand vol tuinbonen. Een paar weken geleden kreeg ik de vraag of er al tuinbonen waren. Er zijn klanten aan de tuinbonen geraakt, door ze bij mij te kopen. Of mensen die ze vroeger niet lekker vonden, proberen ze weer en kunnen ze nu wel waarderen. Gister heb ik weer een klant overgehaald ze toch nog eens te proeven.