8 jaar geleden plukte ik dit boeket op de gewijde grond van Warmonderhof. Toen had ik geen notie dat mijn oma 4 dagen later zou sterven. 2 dagen voordat we met een dierbaar gezelschap naar Noorwegen zouden vliegen. Ik had nog gezegd dat een annuleringsverzekering voor de vlucht niet nodig was. Oma zou heus niet precies dan dood gaan. Met een dag vertraging vetrokken we wél naar het Noorden. Nog geen 24 uur eerder hadden we eigenhandig met spades haar kist met een bult aarde bedekt. We waren net op tijd voor de boot naar Kirkenes. Een betere timing zou er niet geweest zijn om zo’n epische reis te maken. Noorderlicht en orka’s inclusief. De avond voor ze stierf had mijn oma me nog op het hart gedrukt van Noorwegen te genieten. Ze wist hoeveel Scandinavië voor me betekent. Zelf maakte ze ook de prachtigste reizen. In mijn afstudeerjaar reisde ik haar nog achterna naar Zuid-Duitsland. Ze was toen 101. Met haar dood stortte mijn wereld niet in elkaar, zoals ik van kinds af aan gedacht had. Wel zou het een begin van een stormachtige en verwarrende episode worden. Een keerpunt. Uiteindelijk verliet ik de Flevopolder, waar ik veel achterliet. Ik belandde in Den Haag. De stad waar mijn oma in de jaren vijftig neerstreek en waar mijn vader opgroeide. Toen ik nog in Leiden studeerde en ik regelmatig bij mijn oma op bezoek ging, gaf ik stilletjes af op de Hofstad. Vlak na haar overlijden ontdekte ik al fietsend de charme ervan. Nu woon ik er al bijna 7 jaar. En ik teel zelf(s) op bescheiden schaal groentes én bloemen. 8 jaar geleden had ik niet geloofd dat het zo zou gaan #backintime
Mijn ei kwijt. Alles met eten. Groenten zijn mijn LEIdraad. En je kan me wakker maken om taart te bakken.
maandag 21 oktober 2019
Boeket in vogelvlucht
8 jaar geleden plukte ik dit boeket op de gewijde grond van Warmonderhof. Toen had ik geen notie dat mijn oma 4 dagen later zou sterven. 2 dagen voordat we met een dierbaar gezelschap naar Noorwegen zouden vliegen. Ik had nog gezegd dat een annuleringsverzekering voor de vlucht niet nodig was. Oma zou heus niet precies dan dood gaan. Met een dag vertraging vetrokken we wél naar het Noorden. Nog geen 24 uur eerder hadden we eigenhandig met spades haar kist met een bult aarde bedekt. We waren net op tijd voor de boot naar Kirkenes. Een betere timing zou er niet geweest zijn om zo’n epische reis te maken. Noorderlicht en orka’s inclusief. De avond voor ze stierf had mijn oma me nog op het hart gedrukt van Noorwegen te genieten. Ze wist hoeveel Scandinavië voor me betekent. Zelf maakte ze ook de prachtigste reizen. In mijn afstudeerjaar reisde ik haar nog achterna naar Zuid-Duitsland. Ze was toen 101. Met haar dood stortte mijn wereld niet in elkaar, zoals ik van kinds af aan gedacht had. Wel zou het een begin van een stormachtige en verwarrende episode worden. Een keerpunt. Uiteindelijk verliet ik de Flevopolder, waar ik veel achterliet. Ik belandde in Den Haag. De stad waar mijn oma in de jaren vijftig neerstreek en waar mijn vader opgroeide. Toen ik nog in Leiden studeerde en ik regelmatig bij mijn oma op bezoek ging, gaf ik stilletjes af op de Hofstad. Vlak na haar overlijden ontdekte ik al fietsend de charme ervan. Nu woon ik er al bijna 7 jaar. En ik teel zelf(s) op bescheiden schaal groentes én bloemen. 8 jaar geleden had ik niet geloofd dat het zo zou gaan #backintime
Knolselderen
Hoe de manier van oogsten van een gewas in mijn systeem gebeiteld zit. Zoals ik het van de meester geleerd heb dan. Met knolselder is het een beetje op de tast je mes in de grond durven steken. Dwars en rondom langs de wortels snijden en een knol overhouden. Vervolgens de haarworteltjes en grond met je mes van de knol afschrapen. Vanochtend zat ik in mijn eentje in het knolwortelvak. Ik dacht er aan dat mijn allermattie vaak de knolselders sneed op Warmonderhof. Zelf was ik meer van de bladgewassen. Ze konden me het land op sturen voor kisten sla en bossen snijbiet. De kick om een krop met 1 snede kistklaar te maken. En steeds een bos snijbiet achterlatend op het pad en dan zoveel meenemen naar het kavelpad als mijn armen konden dragen. Toch heb ik genoeg knolselders geoogst om precies te weten waar ik mijn mes moet zetten. Wat een euforie maakt dat oogsten los. Tegenwoordig ben ik zelf óók wat meer van de wortelgewassen. Lekker grof en ik ga makkelijker met mijn handen de grond in. Deze knolselders stellen weinig voor qua grootte. Meer wordt het niet. Ze zijn in februari gezaaid en niet lang na Ijsheiligen geplant. Voor de eerste nachtvorst moeten ze allemaal van de tuin zijn. Het is een trage groeier en de groei bleef uit. Ik kan zeggen dat de teelt mislukt is. Maar Gert zegt: ‘klein maar fijn en mooi gezond blad.’ Fris groen inderdaad. Het loof van zijn klei-knollen is donkerder. Mijn groen gaat ook nog eens niet verloren, want van alle afsnijdsels wordt bouillon getrokken. En de chef van Greens heeft de eerste partij mini-knolletjes gekonfijt in boter. Hij zoekt enkel nog naar een manier om de schil knapperig te krijgen. Stel je voor dat je daar je tanden in zet. En dan dat zachte romige binnenste. #farmtotable
maandag 14 oktober 2019
Embedded
Embedded. Als voor en achter de schermen samen valt. Als er ineens een gesprek met onze marktantropoloog ontstaat en klanten even op de achtergrond verdwijnen. Als mijn oud Warmonderhoffer-buurman, die wél biologische groentes verkoopt, mijn kraam als vanzelfsprekend even overneemt. En ondertussen dit moment ook nog vastlegt. ‘Horen jullie bij elkaar?’ vroeg een klant. Het is maar hoe je het bekijkt. We staan achter onze naadloos in elkaar overlopende kramen. We brengen groentes aan de man/vrouw en staan onze klanten te woord. De antropoloog stelt vragen, tekent antwoorden en verhalen op voor zijn promotieonderzoek over lokaal eten. ‘Wat vertelt jouw gevulde boodschappentas?’ ‘Waarom kom je naar de markt?’ Wat ik me afvraag is waarom vrienden, familie en bekenden van klanten niet naar de markt komen. Zelf kan ik wel weer een boek schrijven over momenten en gesprekken tijdens deze marktdag. Zowel met klanten als met medemarkters en natuurlijk zoals altijd weer met de boer die aan de basis staat van de producten die ik voor hem verkoop. Over leven en dood. Over lief en leed. Een marktplein schept verbinding. Eten verbindt #marktfamilie #rotterdamseoogst
dinsdag 3 september 2019
Van top tot teen tuinbonen
Vaak begint een marktdag met een klein college van Gert van Herk. Gewoon omdat ik altijd wel een vraag heb als ik de groentes zie en dan volgt al luisterend vanzelf weer een volgende vraag. Gister vertelde hij dat de tuinbonen, die hij in mei als laat probeersel nog 'gelegen' had, nu bloeien. Hij betwijfelt of ze nog peulen gaan krijgen. Hoezo? 'Omdat ik denk dat de groei van de plant voor de langste dag plaatsvindt.' Ik opperde om ze als tuinboontoppen te oogsten. Ik vertelde dat we op Warmonderhof in het najaar het opschot van de tuinboon oogstten. De gewasresten voerden we na de teelt af, maar er bleven altijd wel peulen achter op het land, waar de bonen van kiemden en uitgroeiden tot mals loof. Gert zei dat het loof van deze lichting daar al te oud en stug voor is, - 'de stengels zijn hol, misschien als rietje, alleen zijn ze vierkant'. Op het perceel waar de overige tuinbonen stonden, de eerste in februari gezaaid, komt de komende weken boerenkool 'en daarin wil ik geen opschot'. Maar hij zag wel in dat het een nieuw en anders product zou zijn, fris en jong. Ik zei dat ik het voor restaurant Greens wil proberen. Daarvoor zou ik opnieuw tuinbonen zaaien.
Afgelopen week plukten we op de tuin ruim 5 kilo tuinbonen, die we als service naar het restaurant hebben gedopt en waar 1,8 kilo bonen van overbleef. Ik hoorde dat de chef ze wilde dubbeldoppen. Ik heb van een aantal planten de peulen laten hangen om zaad van te winnen. Opschot zal ik niet hebben, elke peul telt als het grootste deel van het zaad en kiemen opgegaan is aan de kauwtjes en muizen. Ik zei tegen Gert dat de bloemen van tuinbonen ook fantastisch zijn, omdat ze al naar tuinboon smaken. Dat wist Gert dan weer niet. Oké, hij houdt absoluut niet van tuinbonen en is niet zo'n experimentele eter, dus gaat zo'n bloem niet in z'n mond stoppen, maar ik hem wel iets bijgebracht. Wie had dat gedacht.
Een paar weken terug had Gert twee rassen tuinbonen bij zich. Die hebben we 's ochtends dus even opengemaakt. Lesje "rassenleer". Witkiem heeft een grote peul, maar maakt 4 bonen. Als ze oud worden, worden ze taai net 'sjoelballen'. Listra maakt een kleinere peul, maar zijn 'beregoed gevuld' met 5 bonen. Het levert minder kilo's, maar de klant houdt schoon meer over. Listra heeft niet het vliesje met het typische bittertje dat veel mensen tegenstaat. Zelf merkte ik dat de bonen van Listra niet grijs koken en dat het kookwater niet bruin wordt, zoals bij Witkiem. Dat vliesje is één van de redenen dat mensen dubbeldoppen. Een dubbel gedopte tuinboon is prachtig heldergroen van kleur, maar het is bewerkelijk en ik vind het achterhaald en overgewaardeerd. Net zoiets als bonenkruid, elk jaar heb ik wel een klant die weigert tuinbonen te kopen, omdat ik geen bonenkruid heb. Ik heb nu zelf bonenkruid op de tuin staan en was voornemens het mee naar de markt te nemen, om me van mijn beste kant te laten zien, maar verzuimde vooralsnog.
Vorige week had ik tuinbonen tekort, er gingen 6 kisten doorheen. Gister bleef ik met 4 kisten zitten. Gert had een kist of 2 meer meegebracht, maar het was een tamme markt. Juli 2014 bracht Gert 16 kisten, 240 kilo die ik, als ik het me goed herinner, allemaal verkocht. De prijs was 1 euro per kilo, de helft van wat het nu is.
| Foto: Buijtenland van Rhoon |
| Foto: Keep on Blogging |
woensdag 26 juni 2019
Haters en liefhebbers
9 juni 2019

Vorige week zei Gert dat hij deze week waarschijnlijk de eerste tuinbonen zou hebben. ‘Nog niet veel.’ Dinsdag appte ik hem met de vraag of het inderdaad zo was. Dat was zo, hij dacht slechts twee kisten te kunnen plukken. Vrijdag appte hij dat het er vijf werden. Door de regen dinsdag en woensdag waren ze nog hard gegroeid. Aan de randen van de bedden hadden de peulen meer licht gehad en waren ze wat groter. Ik meen dat ik ze nog niet eerder zo vroeg had op de markt. Ze zijn in de tweede helft van februari gezaaid, toen het bizar mooi weer was voor de tijd van het jaar en het bij ons beide kriebelde om het land op te gaan.



De prachtige rassen tuinbonen die ik zaaide, zijn grotendeels opgegeten door de kauwtjes en na opnieuw zaaien en afdekken met doek of gaas opgevroten door de muizen. We hadden het er eind april over dat je doek niet te lang over het gewas moet laten liggen, omdat het dan te zwaar gaat drukken. ‘Als een tuinboon eenmaal krom hangt, komt ie niet meer omhoog.’ Dat wat bij mij op de tuin aan tuinbonen over is, staat nu in bloei onder de zwarte bonen luis. Een deel van de planten staat krom, na een keer te zijn platgeslagen door de regen. Niet zo mijn tuinbonenjaar.


Het was een marktdag van onstuimig weer. Harde windvlagen, buien en het idee dat er bij het aantrekken van de wind iets om je oren kon vliegen. Het begon druk, maar de laatste paar uur was het stil. De Pinksteruittocht. Ik hield zelfs een kist tuinbonen over. Er was wel een stel speciaal naar mijn kraam gekomen voor tuinbonen, omdat ze op social media van Rotterdamse Oogst hadden gelezen dat ik de eerste had.
Ik zei tegen Gert dat tuinbonen mijn lievelingsgroente is. Hij zei dat hij laatst thuis binnenkwam en zijn vrouw tuinbonen had gemaakt. ‘De volgende keer als dat zo is, loop ik weer naar buiten.’ Hij heeft het weer geprobeerd, maar vindt ze echt niet te eten. ‘Jij wordt er dus niet blij van.‘ Nee, wel wild.’
Ik vroeg waarom hij ze dan teelt. ‘Omdat er wel vraag naar is.’ Gister kreeg ik alle producten weer net op de kraam, maar in 2013 kon ik de halve kraam volladen met kisten tuinbonen, ik verpakte zakjes van een kilo voor, omdat mensen er voor in de rij stonden.


Een fotograaf legde me destijds vast met een hand vol tuinbonen. Een paar weken geleden kreeg ik de vraag of er al tuinbonen waren. Er zijn klanten aan de tuinbonen geraakt, door ze bij mij te kopen. Of mensen die ze vroeger niet lekker vonden, proberen ze weer en kunnen ze nu wel waarderen. Gister heb ik weer een klant overgehaald ze toch nog eens te proeven.

Vorige week zei Gert dat hij deze week waarschijnlijk de eerste tuinbonen zou hebben. ‘Nog niet veel.’ Dinsdag appte ik hem met de vraag of het inderdaad zo was. Dat was zo, hij dacht slechts twee kisten te kunnen plukken. Vrijdag appte hij dat het er vijf werden. Door de regen dinsdag en woensdag waren ze nog hard gegroeid. Aan de randen van de bedden hadden de peulen meer licht gehad en waren ze wat groter. Ik meen dat ik ze nog niet eerder zo vroeg had op de markt. Ze zijn in de tweede helft van februari gezaaid, toen het bizar mooi weer was voor de tijd van het jaar en het bij ons beide kriebelde om het land op te gaan.
De prachtige rassen tuinbonen die ik zaaide, zijn grotendeels opgegeten door de kauwtjes en na opnieuw zaaien en afdekken met doek of gaas opgevroten door de muizen. We hadden het er eind april over dat je doek niet te lang over het gewas moet laten liggen, omdat het dan te zwaar gaat drukken. ‘Als een tuinboon eenmaal krom hangt, komt ie niet meer omhoog.’ Dat wat bij mij op de tuin aan tuinbonen over is, staat nu in bloei onder de zwarte bonen luis. Een deel van de planten staat krom, na een keer te zijn platgeslagen door de regen. Niet zo mijn tuinbonenjaar.

Het was een marktdag van onstuimig weer. Harde windvlagen, buien en het idee dat er bij het aantrekken van de wind iets om je oren kon vliegen. Het begon druk, maar de laatste paar uur was het stil. De Pinksteruittocht. Ik hield zelfs een kist tuinbonen over. Er was wel een stel speciaal naar mijn kraam gekomen voor tuinbonen, omdat ze op social media van Rotterdamse Oogst hadden gelezen dat ik de eerste had.
Ik zei tegen Gert dat tuinbonen mijn lievelingsgroente is. Hij zei dat hij laatst thuis binnenkwam en zijn vrouw tuinbonen had gemaakt. ‘De volgende keer als dat zo is, loop ik weer naar buiten.’ Hij heeft het weer geprobeerd, maar vindt ze echt niet te eten. ‘Jij wordt er dus niet blij van.‘ Nee, wel wild.’
Ik vroeg waarom hij ze dan teelt. ‘Omdat er wel vraag naar is.’ Gister kreeg ik alle producten weer net op de kraam, maar in 2013 kon ik de halve kraam volladen met kisten tuinbonen, ik verpakte zakjes van een kilo voor, omdat mensen er voor in de rij stonden.


Een fotograaf legde me destijds vast met een hand vol tuinbonen. Een paar weken geleden kreeg ik de vraag of er al tuinbonen waren. Er zijn klanten aan de tuinbonen geraakt, door ze bij mij te kopen. Of mensen die ze vroeger niet lekker vonden, proberen ze weer en kunnen ze nu wel waarderen. Gister heb ik weer een klant overgehaald ze toch nog eens te proeven.
Aer(e)bezems
Een vaste klant vroeg in september 2018 of ik wel blijf, want 'ik hoor geruchten'. Ik zei dat ik blijf, elke week. Hij was blij om dat te horen. 'Je hebt de mooiste kraam die er is. Je moet altijd kiezen, want je weet nooit wat je hebt.' Vorige week vertelden hij en zijn vrouw me dat ze eerder graag bij Klootwijk AGF kochten, omdat die mooie, kleurrijke, verse, aparte producten hebben. Mede door tijdgebrek staat Klootwijk al een tijdje niet meer op de markt, waardoor ze bij de groente van Gert van Herk terechtkwamen. Ze komen niet elke week naar de markt, maar wel regelmatig. Twee weken later in 2018 vroeg hij of ik Warmonderhof gedaan heb. Zelf heeft hij altijd affiniteit gehad met de land- en tuinbouw en lage, middelbare en hoge landbouwschool gedaan. Hij heeft ooit nog in Zuid-Holland tijdens een volleybaltoernooi tegen het Warmonderhofteam gespeeld. Dat moet in de tijd geweest zijn dat Warmonderhof nog in Warmond was. Zelf is hij nooit de praktijk in gegaan.
‘Labrijn, dat moeten ze toch zijn' zei hij toen begin mei de eerste aardbeien uit de tunnels weer op de kraam stonden. Hij meent dat hij Wim Labrijn nog heeft lesgegeven, biologie. Zijn vrouw geeft Engels en zou de zus van Wim in de klas hebben gehad. Ik zei dat ik een moeilijke verhouding heb met Engels. 'Dat hoeft niet' zei ze. Het gaat om een school in Alblasserdam, waar zij nog steeds wonen en waar Wim Labrijn in de buurt op een boerderij opgroeide. Later verkaste hij naar Oude Tonge op Goeree-Overflakkee, het eiland waar de biologiedocent als boerenzoon geboren is. 'Aer(e)bezems' hoorde ik Gert zaterdag zeggen. Ik herkende het woord omdat ik een paar weken eerder een lesje Flakkees gehad had van de biologiedocent. Als hij terug is op het eiland dan wil zijn tong nog weleens overschakelen op dialect. Momenteel verdiept hij zich erin en kwam erachter dat hij het nog goed kent. Het echtpaar koopt altijd rijkelijk in en bij vertrek kreeg ik die dag in mei van haar te horen dat het weer een feest was. Hij gaat over de kokerij.
Vorig jaar waren de Elsanta aardbeien van Labrijn al niet aan te slepen. Elsanta is een doordragend stevig ras met een hoge opbrengst en een sterk aroma, een hoge gevoeligheid voor ziektes, maar een goede houdbaarheid. De telers zijn een zwager en schoonzus van Gert van Herk. De kans dat Labrijn zich biologisch gaat certificeren is nog kleiner dan dat Gert dat zal doen. Iets met eigengereidheid, in positieve zin. Overigens, dat biologisch fruit onbespoten is, is een fabeltje. Er worden alleen geen chemische middelen gebruikt. Middelen van organische oorsprong kunnen net zo goed giftig zijn. In principe zijn de aardbeien van Labrijn onbespoten. Ze maken gebruik van teeltmaatregelen die ook in de biologische teelt worden toegepast. De aardbeienplanten staan op stellingen en zijn gepoot in potten met gecomposteerde grond. Hommels zorgen voor de bestuiving van de bloemen, wat voor volle vruchten zorgt. Een aardbei is een schijnvrucht, wat betekent dat de zaadjes bovenop zitten en de niet alleen het vrucht- en zaadbeginsel, maar ook de opgezwollen bloembodem betrokken is bij de vruchtvorming. Boven het gewas hangen vangplanten om mogelijke schadelijke insecten, zoals spint, te kunnen waarnemen. Plaaginsecten en parasieten worden gericht en effectief met natuurlijke vijanden bestreden. De natuurlijke vijanden, zoals roofmijten, worden in zakjes boven boven het gewas gehangen. Door deze manier van werken kan het gebruik van (chemische) middelen worden teruggedrongen. Alleen indien nodig wordt er met een middel ingegrepen om een ziekte, plaag of schimmel eronder te krijgen. Serenade is een fungicide gebaseerd op een in de bodem voorkomende bacteriestam. Het werkt met name preventief tegen meeldauw en botrytus. Schimmels treden vaak op in vochtige omstandigheden. Flipper is een middel van plantaardige oorsprong dat kan worden ingezet tegen oa wittevlieg, luis, trips en spint. Door oud blad weg te knippen, kan al veel wittevlieg worden opgeruimd. Maar bij veel zon kan de populatie wittevlieg ook snel toenemen.
Vorige week kwamen de eerste aardbeien van buiten. Maar 64 bakjes, de afrijping bleef wat achter. Na de warme temperaturen van deze week zal het meer zijn. Wim Labrijn verkoopt zijn aardbeien sinds een paar weken in groene bakjes van papierpulp. Een klant vroeg onlangs waarom er in Nederland nog zo weinig papierpulpbakjes gebruikt worden, terwijl in Duitsland bergen kleinfruit in die bakjes verkrijgbaar zijn. Door regels en patent was het nog niet zo makkelijk voor Labrijn om die bakjes te bemachtigen. Via Fruitmasters in Geldermalsen, een grote fruitveilingvereniging en de grootste fruitcoöperatie in Nederland, is het gelukt. De bakjes zijn kostbaarder dan plastic en daarom is een bak aardbeien nu €0,20 duurder.
Het doel van dit alles is om een duurzame, onbeschadigde en zo smakelijk mogelijke aardbei te telen. Op de markt geuren ze je tegemoet. Onlangs had ik een man op leeftijd aan de kraam. Hij vertelde dat zijn vrouw weleens aardbeien in de supermarkt koopt, maar dat hij die smakeloos vindt. Hij had als jochie aardbeien geplukt, de smaak ervan staat in zijn geheugen gegrift en hij had sindsdien niet meer zulke lekkere aardbeien gegeten. Ik liet hem een aardbei proeven. ‘Deze smaakt naar vroeger.’ Ik vroeg of de smaak ook net zo lekker was. ‘Het benadert de smaak van de aardbeien van toen.’ Hij kocht geen aardbeien want zijn vrouw doet de inkopen, maar even later verschenen ze samen aan mijn kraam en werd er een bakje ingeslagen.
Meestal ben ik aan het begin van de middag al door de 96 bakjes aardbeien heen. Laatst had een klant ‘s ochtends drie bakjes apart laten zetten en toen hij later terugkwam om ze op te halen, verkocht ik net de laatste bak. Zelf had ik in de loop van die dag een halve bak leeg gegeten en de andere helft om 17u nog verkocht aan een klant die nog aardbeien wou. Een week later greep hij helemaal mis. Hitvoer dus!
‘Labrijn, dat moeten ze toch zijn' zei hij toen begin mei de eerste aardbeien uit de tunnels weer op de kraam stonden. Hij meent dat hij Wim Labrijn nog heeft lesgegeven, biologie. Zijn vrouw geeft Engels en zou de zus van Wim in de klas hebben gehad. Ik zei dat ik een moeilijke verhouding heb met Engels. 'Dat hoeft niet' zei ze. Het gaat om een school in Alblasserdam, waar zij nog steeds wonen en waar Wim Labrijn in de buurt op een boerderij opgroeide. Later verkaste hij naar Oude Tonge op Goeree-Overflakkee, het eiland waar de biologiedocent als boerenzoon geboren is. 'Aer(e)bezems' hoorde ik Gert zaterdag zeggen. Ik herkende het woord omdat ik een paar weken eerder een lesje Flakkees gehad had van de biologiedocent. Als hij terug is op het eiland dan wil zijn tong nog weleens overschakelen op dialect. Momenteel verdiept hij zich erin en kwam erachter dat hij het nog goed kent. Het echtpaar koopt altijd rijkelijk in en bij vertrek kreeg ik die dag in mei van haar te horen dat het weer een feest was. Hij gaat over de kokerij.
Vorig jaar waren de Elsanta aardbeien van Labrijn al niet aan te slepen. Elsanta is een doordragend stevig ras met een hoge opbrengst en een sterk aroma, een hoge gevoeligheid voor ziektes, maar een goede houdbaarheid. De telers zijn een zwager en schoonzus van Gert van Herk. De kans dat Labrijn zich biologisch gaat certificeren is nog kleiner dan dat Gert dat zal doen. Iets met eigengereidheid, in positieve zin. Overigens, dat biologisch fruit onbespoten is, is een fabeltje. Er worden alleen geen chemische middelen gebruikt. Middelen van organische oorsprong kunnen net zo goed giftig zijn. In principe zijn de aardbeien van Labrijn onbespoten. Ze maken gebruik van teeltmaatregelen die ook in de biologische teelt worden toegepast. De aardbeienplanten staan op stellingen en zijn gepoot in potten met gecomposteerde grond. Hommels zorgen voor de bestuiving van de bloemen, wat voor volle vruchten zorgt. Een aardbei is een schijnvrucht, wat betekent dat de zaadjes bovenop zitten en de niet alleen het vrucht- en zaadbeginsel, maar ook de opgezwollen bloembodem betrokken is bij de vruchtvorming. Boven het gewas hangen vangplanten om mogelijke schadelijke insecten, zoals spint, te kunnen waarnemen. Plaaginsecten en parasieten worden gericht en effectief met natuurlijke vijanden bestreden. De natuurlijke vijanden, zoals roofmijten, worden in zakjes boven boven het gewas gehangen. Door deze manier van werken kan het gebruik van (chemische) middelen worden teruggedrongen. Alleen indien nodig wordt er met een middel ingegrepen om een ziekte, plaag of schimmel eronder te krijgen. Serenade is een fungicide gebaseerd op een in de bodem voorkomende bacteriestam. Het werkt met name preventief tegen meeldauw en botrytus. Schimmels treden vaak op in vochtige omstandigheden. Flipper is een middel van plantaardige oorsprong dat kan worden ingezet tegen oa wittevlieg, luis, trips en spint. Door oud blad weg te knippen, kan al veel wittevlieg worden opgeruimd. Maar bij veel zon kan de populatie wittevlieg ook snel toenemen.
Vorige week kwamen de eerste aardbeien van buiten. Maar 64 bakjes, de afrijping bleef wat achter. Na de warme temperaturen van deze week zal het meer zijn. Wim Labrijn verkoopt zijn aardbeien sinds een paar weken in groene bakjes van papierpulp. Een klant vroeg onlangs waarom er in Nederland nog zo weinig papierpulpbakjes gebruikt worden, terwijl in Duitsland bergen kleinfruit in die bakjes verkrijgbaar zijn. Door regels en patent was het nog niet zo makkelijk voor Labrijn om die bakjes te bemachtigen. Via Fruitmasters in Geldermalsen, een grote fruitveilingvereniging en de grootste fruitcoöperatie in Nederland, is het gelukt. De bakjes zijn kostbaarder dan plastic en daarom is een bak aardbeien nu €0,20 duurder.
Het doel van dit alles is om een duurzame, onbeschadigde en zo smakelijk mogelijke aardbei te telen. Op de markt geuren ze je tegemoet. Onlangs had ik een man op leeftijd aan de kraam. Hij vertelde dat zijn vrouw weleens aardbeien in de supermarkt koopt, maar dat hij die smakeloos vindt. Hij had als jochie aardbeien geplukt, de smaak ervan staat in zijn geheugen gegrift en hij had sindsdien niet meer zulke lekkere aardbeien gegeten. Ik liet hem een aardbei proeven. ‘Deze smaakt naar vroeger.’ Ik vroeg of de smaak ook net zo lekker was. ‘Het benadert de smaak van de aardbeien van toen.’ Hij kocht geen aardbeien want zijn vrouw doet de inkopen, maar even later verschenen ze samen aan mijn kraam en werd er een bakje ingeslagen.
Meestal ben ik aan het begin van de middag al door de 96 bakjes aardbeien heen. Laatst had een klant ‘s ochtends drie bakjes apart laten zetten en toen hij later terugkwam om ze op te halen, verkocht ik net de laatste bak. Zelf had ik in de loop van die dag een halve bak leeg gegeten en de andere helft om 17u nog verkocht aan een klant die nog aardbeien wou. Een week later greep hij helemaal mis. Hitvoer dus!
zondag 2 juni 2019
6 jaar samen #marktfamilie
Zaterdag 1 juni 2013 lag de provisorische kraam op het Noordplein vol met andijvie van Gert van Herk, samen met spitskool die week zijn enige teelt. Hij had op het land nog wat grove gewassen als uien en aardappels staan en al zijn tuinbonen plukte hij voorheen in 1 week.
Gister, precies 6 jaar later, bracht hij de eerste spitskool van de volle grond: ‘van onder een doek’. Na mijn aankomst op de markt zei Gert: ‘zoek jij met je ruimtelijk inzicht maar een plekkie voor de paksoi, de kroten staan al in de dug-out.’ Ik heb geen ruimtelijk inzicht, maar de kraam wordt zowat te klein voor het speciaal voor de korte keten steeds uitdijende assortiment van Gert.
Zes jaar geleden verkocht ik ook een paar kistjes groene asperges van Adjan Vos. Gert en Adjan, telers uit Rhoon, ontmoette ik die dag allebei. Inmiddels hebben de Vreiloop eitjes van De Vossenburg ook een voorname plek op de kraam verworven, ze zijn niet aan te slepen.
De prijzen bepaal ik niet. Gister kostte de andijvie het dubbele van de andijvie in 2013. De prijs varieert door het seizoen heen. Aanvankelijk waren de groentes van Gert spotgoedkoop, maar nog altijd meer dan wat hij er bij de veilig voor kreeg. Omdat er die allereerste keer geen weegschaal was, verkocht ik de asperges voor €0,60 per stuk, aan de dure kant realiseer ik me nu. Omgerekend gingen de middenmaatjes gister voor €0,18 per stuk, €4,50 per pond. Ook niet goedkoop, maar zeker niet de hoofdprijs. Bovenal is het lokaal geteelde prachtkwaliteit.
Die eerste zaterdag van juni 2013 verkocht ik helemaal los. Het was pronken en lonken met andijvie en asperges.
Gister was het druk, het ging als een malle, de groente verkoopt zichzelf na al die jaren, maar ik had nog wel wat over, oa andijvie (0,5 kist van de 2 kisten) en asperges (4 van de royale 10 kisten, het aanbod van Adjan is momenteel enorm). Gert zegt tegenwoordig als ik leeg verkoop: ‘je had zeker weer je haren los.’
#marktfamilie #zesjaarsamen
Abonneren op:
Posts (Atom)




