vrijdag 3 mei 2019

Zoetsappig



Een dag na mijn verjaardag kwam een vriendinnetje onverwachts langs om me te feliciteren. Ik had nog appels van de Buytenhof liggen, die hoognodig op moesten en kruimels in de vriezer voor een crumble. Toen ze binnenkwam vanuit de grijze kou, zei ze dat het lekker rook. Mijn huis geurde naar warme appeltjes met kaneel en ze zei dat ze op iets lekkers gehoopt had. 
Toen ze weg was, toog ik met het restant van de nog warme crumble naar beneden. Ik liep achteloos de koffiebranderij binnen en vroeg vrolijk of ze crumble wilden. Lianne zat aan tafel met iemand. Toen zag ik haar schort en realiseerde me dat ik naast de vrouw van een paar deuren verderop stond: “Cake Fortin”. Ze bakt daar enorm kleurrijke en kunstige taarten, waar ik nooit het vakmanschap en het geduld voor zou hebben. ’Oh daar kan ik niet tegen op’ riep ik. ‘Jawel’ hoorde ik in koor. ’Dit is Mijke van de koekjes’ en plots kreeg ik een lofzang op mijn koekjes te horen: ’als er iemand veel taart eet ben ik het, ik eet elke dag taart en ik zeg het alleen als ik iets echt lekker vind. Jouw koekjes, die zij zo lekker, echt zooooo lekker, de structuur, de proportie echt.’ En zo ging het nog even door. Ik zei dat er nog nooit iemand zo enthousiast was geweest over mijn koekjes, maar volgens Lianne is dat niet zo. We zijn inmiddels ruim 20.000 koekjes verder. Ik zeg weleens dat ik koekjes bakken niet (meer) leuk vind, maar dat ik het nog steeds twee keer in de week doe, omdat ik Lianne en Ad zo leuk vind. En dit zijn de momenten waarop ik zeker weet, waarom ik het doe. GOUD! Later stuurde Lianne nog een berichtje dat Yvonne ook nog ontzettend te spreken was over mijn crumble en dat die fantastisch lekker was.’ 
Toen de koekjes vanochtend in de oven stonden, borrelde deze tekst op. Toen ik ze uit de oven haalde, zei ik hardop ‘wat een mooitjes’. Soms lukken ze extra goed.
Waar vakgebieden elkaar kruizen:
‘op de bloemen van koffie in Zuid-Amerika kun je angelloze bijen tegenkomen. Door hun bestuivingswerk krijgen de koffieboeren meer en betere koffie. Angelloze bijen kunnen goed bijten. Ze zijn dan wel angelloos, maar niet weerloos.’ 
‘Metselbijen zijn topbestuivers. Telers van blauwe bessen zetten bijenhotels bij hun planten neer en de metselbijen doen de rest van het werk.’#bezigebij 


dinsdag 9 april 2019

We hebben een markt-fotoboek!

Ik had de eer om tekst te schrijven voor een beeldend afstudeerwerk. Het resultaat is een prachtig fotoboek waarin de in's & out's van het aanbod, de producenten en de unieke sfeer van de Oogstmarkt  zijn vastgelegd. 

Het wat en waarom van de Rotterdamse Oogstmarkt
“Mag ik het gebruikelijke kropje sla?” vraagt een vaste klant. Plaats van handeling is het Noordplein, waar Rotterdamse Oogst het marktplein weer wekelijks in gebruik heeft genomen.
Zeker in de eerste helft van de vorige eeuw was het een levendige groentemarkt met aanvoer vanaf de Rotte. Aan elke verkoop, oftewel transactie, gaat interactie vooraf. Een markt gaat niet alleen over producten, een markt gaat over contact, over vertrouwen, over wederkerigheid, over het opbouwen van banden. Markt is een eeuwenoud gebruik die fungeert als ontmoetingsplek en een tijdloze aantrekkingskracht heeft.
Wat maakt de Rotterdamse Oogstmarkt nou bijzonder en waarom koos Linda ervoor om deze markt in beeld te brengen? Wat trok haar met haar camera naar grootstedelijk Rotterdam, terwijl ze zelf in een piepklein dorp woont? De Oogstmarkt is de markt die het dichtst bij haar staat. Haar moeder ging er heen samen met haar broer, zus en nichtjes. Hun moeder en oma is een paar jaar geleden gestorven, maar de andere familieleden blijven de markt trouw bezoeken. De charme en
kracht van de Oogstmarkt is ondermeer dat het om producten en producenten gaat die ofwel geproduceerd worden ofwel gevestigd zijn binnen een cirkel met een straal van 50 kilometer met de Coolsingel als middenstip. Centraal staan lokaal, vakmanschap, ambacht en eigengemaakt. Focus ligt op de teler, de (smaak)maker, de ontwerper en de kunstenaar. De nadruk ligt op de korte keten, het verhaal achter de boer, de oogst en het verwerkingsproces. Rotterdamse Oogst
wil de afstand tussen het platteland en de stad overbruggen, bewustzijn creëren voor wie ons voedsel maakt, stelt vragen over het voedselsysteem en zoekt naar verbetering, kwaliteit en
nieuwe waarden. Eén van de antwoorden is de wekelijkse samenkomst van de regionale producenten en het weerzien met de consument uit de stad. Oftewel: “wat je van dichtbij haalt, is lekker.”

Ontstaan Rotterdamse Oogst
Tien jaar geleden bedacht een clubje Rotterdammers dat ze een markt wilden in West. Ze besloten het zelf maar te gaan organiseren, Rotterdamse Oogst werd opgericht, maar al snel bleek dat een
markt er niet zomaar is. Het zou een slepend proces van vergunningen worden, waardoor ze eerst genoodzaakt waren festivals over lokaal eten neer te zetten. In 2013 was na allerlei spraakmakende acties en omzwervingen een markt op elke eerste zaterdag van de maand op het
Noordplein een feit. In 2015 werd uitgebreid met een markt op de derde zaterdag van de maand op het Heemraadsplein. Het was de plek waar de festivals populair waren en waar de markt eigenlijk bedoeld was te verrijzen, maar na een proefperiode van ruim een jaar bleek er te weinig klandizie te zijn voor een boodschappenmarkt. Het Noordplein hield stand en uiteindelijk heeft Rotterdamse Oogst geschiedenis geschreven door met een handtekening van de Wethouder in mei 2018 de eerste private weekmarkt van de stad te worden. Van het clubje initiatiefnemers is Gerda Zijlstra over als voortrekker, gangmaker en verbinder. Om haar heen staan een Stichtingsbestuur, marktmeester, vrijwilligers, de markters en de klanten.

Mijke’s verhaal over de groente van Gert van Herk

In het najaar verkocht ik de laatste knolselders met loof. Dan zijn er in de winter een aantal weken kale knolselders, omdat het loof meer bruin dan groen en niet veel soeps meer is. En dan midden
in januari verschijnen er ineens knollen getooid met een toefje frisgroen loof. Deze heeft Gert in het najaar van het land gehaald of zoals hij zelf zegt: een dotje knolselders uit de grond geklauwd. Hij maakt een bedje voor ze in de kas, waar hij ze in poot en de knollen na een tijdje weer gaan uitlopen. Best wat extra werk en tijd vond hij zelf voor op het oog extra vers, voor verlenging van
het seizoen. Ik zei dat hij daardoor een extra band opbouwt met die knolselders, wat eigenlijk niet gunstig is als het doel verkoop is. Natuurlijk hecht Gert zich niet aan zijn groentes, het is iets wat ik zelf misschien wel zou doen. Hij creëert meerwaarde voor de korte keten. De knolselders zijn extra groot en liggen net iets duurder dan in het najaar bij mij op de kraam. Aan de kist kleefde nog een
klodder Rhoonse klei. Ik maakte een vrouw blij met een bosje 'bladselder' door van elke knol een blaadje te plukken. Mijn manier van klantenbinding. Ze had de erwtensoep al klaar, maar wou de soep alleen nog garneren met wat selderij. 
De oorsprong van knol(selderij) ligt bij dezelfde plant, maar de knolselder is geselecteerd op de knol en de selderij is geselecteerd op het blad. Ze zijn nog steeds nauw verwant, maar het
uitgangsmateriaal bij zaaien en planten is dus niet hetzelfde. Als je het fijne zaad van knolselder ziet, kan je je niet voorstellen dat dat ooit uitgroeit tot zo'n grof en grillig wortelgewas. Op mijn
opleiding Warmonderhof zaaiden we ze half maart in een zaaibak, verspeenden we de kleine plantjes half april en half mei (na Ijsheiligen) gingen de planten de volle grond in om de knolselders
vanaf half oktober te oogsten. De eerste knolselders van Gert met knalgroen loof geuren in september vanaf mijn kraam de klant al tegemoet.

Het beeldverhaal door Linda


Linda geeft met haar foto’s een inkijkje in een aantal bedrijven die op de markt staan: van het land tot de productieruimtes. Op de markt zelf wordt ze met haar camera toeschouwer, maar blijft
tegelijkertijd onderdeel van het geheel, want daar ontkom je niet aan op de markt. Ze richt zich op de interactie tussen verkopers en klanten. Daarbij geeft ze een overzicht van de kramen die op de
weekmarkt staan. Het is de vaste kern, het kloppend hart dat elke week weer samen een markt maakt, waar (vaste) klanten boodschappen doen voor alle mogelijke gezinsconstructies. Van tweehonderd gram tot een kilo spruitjes, van 500 gram tot 5 kilo aardappelen, van een handje gedroogd fruit tot een meegebrachte pot met noten en zaden, van een onsje gorgonzola tot een pond boeren belegen, van een worst tot varkensbuik, van een zakje oregano tot flessen olijfolie, van een borrelbroodje tot een kilobrood, het gaat allemaal over de kramen. Wekelijks worden er manden gevuld al dan niet aan de hand van boodschappenlijstjes.

Voor mij is het een eer om de inleiding te schrijven voor dit fotoboek, om het verhaal achter de Oogstmarkt in woord vast te leggen. Veel mensen die op de foto staan, ken ik persoonlijk. Na ruim 5,5 jaar achter de kraam als groenteverkoper voel ik me deel geworden van een marktfamilie, waardoor de foto’s me direct raken. Maar ik ben ervan overtuigd dat ook voor wie nog nooit op de
Oogstmarkt is geweest, de beelden het complete verhaal vertellen. Voor diegene hoop ik dat het fotoboek als een uitnodiging werkt om onze markt te bezoeken, om te komen proeven en zich te
goed te doen aan het mooie aanbod. Kortom om zelf te ervaren wat deze markt zo eigen, charmant, sfeervol en bovenal tot een succes maakt. Dit boek geeft de voorzet met dank aan Linda en iedereen die deel is van de markt.

maandag 4 maart 2019

Zeispinazie


Gemaaide spinazie? Van oudsher wordt spinazie met de zeis geoogst. Het ijzer is er op een speciale manier voor aan de steel gemonteerd. De grootschalige teelten op de volle grond worden al enige decennia machinaal geoogst en gaan met tonnen naar de fabriek. ‘Dus niet zoals in de reclame van HAK, waarin ze op het land een paar houten kistjes vullen.’ 
Op Warmonderhof heb ik nog een spreekbeurt gehouden voor het voor mij vreselijke vak techniek over de spinazie-oogstmachine met bijbehorende bunker, waarin de oogst opgevangen wordt. 
De spinazie komt in de kas van Gert in de lijn van het bed op een hoop te liggen. ‘Hoe krijg je de spinazie schoon in de kist en voorkom je dat je grond meeneemt’? vroeg ik. Precies op de juiste hoogte snijden dus. Gert probeerde een nieuw ras, hij vond de groei wat traag, maar de spitse vorm van de spinazie maakt het maaien makkelijker. Hij had de spinazie al gegeten: ‘smerig lekker’. Deze eerste kist van het seizoen was zo leeg op de markt. Onderin vond ik toch nog of misschien beter gezegd slechts vijf klontjes klei. 

#rotterdamseoogst #markt #meetthemaker #eatlocal #buijtenlandvanrhoon #rotterdam



zondag 24 februari 2019

Een boerenkool-afdaling wagen?


De spruitjes zijn dan wel op, een enkeling kwam er gister nog naar vragen, de boerenkool doet nog een week of 2 mee. Gert had de kisten deze keer links van de kraam neergezet. Eigenlijk had ik de boel vervolgens een beetje achteloos trapsgewijs gearrangeerd. Door een vaste klant geattendeerd - ‘de boerenkool straalt je tegemoet’ - keek ik er beter naar en zag ik de stronken shinen in de zon. Het leek wel een skipiste. Daar moest ik een foto van maken. Een passerende klant vroeg of ik er niet ook op wilde. ‘Ik sta er altijd al op’ zei ik, maar ging er toch voor staan. De wind was fris en ik liet mijn muts de hele dag op, waarover iemand zei ‘je hebt een spruitjes-muts’. Op de foto heb ik er nog een “boerenkoolmuts" overheen, het lijkt wel een kolbak. Zo’n ceremonieel militair hoofddeksel. 

Ondanks het voor de tijd van het jaar zachte weer, ging de boerenkool gister als een malle. Ik verkocht de lading op twee stronken na. Aan het begin van het seizoen zijn de stronken die Gert meeneemt, zo groot als een paraplu. 


Het gros gaat dan als los blad mee van de kraam naar de klant. Ik pluk het blad op de markt voor de klanten, dat scheelt Gert werk. In de loop van het seizoen plukt hij op het land blad van de stronk voor andere afzetkanalen, die de boerenkool als losse bladeren willen verkopen. ‘Daar hou je bijna geen wicht aan over’. Aan het eind van het seizoen blijven daar wel mooie compacte stronkjes van over. 

Perfect voor de verkoop op de markt en voor de verwerking van een tweepersoons stampotje. Dat is toch wat de meeste mensen met boerenkool doen. Bladeren door de slow-juicer is wel weer passé. Zelf heb ik überhaupt nog geen stampot gegeten dit jaar en tot een week geleden had ik ook nog geen boerenkool gegeten. Het andere uiterste van Gerda, die verslaafd is aan boerenkool, maar er niet per se stampot mee maakt. 
Foto: RO
Omdat ik vond dat ik toch boerenkool gegeten moet hebben voor die ook op is, heb ik er vorige zondag twee potten pesto van gedraaid. Lekker bijvoorbeeld door de pasta.

Erespruit

Foto: Sanne Swart
Foto: Sanne Swart
Het was een zonovergoten marktdag. De laatste spruit van het seizoen hebben we in het zonnetje gezet. Of ‘de leste’ zoals Gert van Herk zegt. 
Foto: Gert van Herk
‘De laatste spruiten’ dat verkoopt makkelijk. Maar er waren ook echt mensen die er speciaal voor aan de kraam kwamen of die het jammer vinden dat het seizoen ophoudt en ze vervolgens niet bij AH kopen, waar ze tegenwoordig jaarrond liggen. 
Zelf heb ik een aantal weken geen zin meer in spruiten. In november en december heb ik ze week in week uit gegeten, zelfs met kerst, groene en paarse. 
Na de markt nam Gert vier van de vijf stammen mee terug naar Rhoon. Onverkocht, maar niet zonder functie. 
Foto: Gert van Herk
Mensen maken er foto’s van en zeggen verbaasd en verwonderd ‘ik wist niet dat spruiten zo groeien.’ Een vader bijvoorbeeld die vroeg of ze boven de grond groeien en die het zijn dochtertje liet zien. Zij zei dat ze het al wist, ‘dat heeft mama verteld’. Eén stam verkocht ik nog om 17 uur. De overige vier plukt Gert leeg. Die komen bij hem thuis wel op: ‘ik at ze vorige week nog. Wakker hoef je me er niet voor te maken.’ Dat was het met de spruiten. Er staat er geen één meer op het land. De plantenkweker heeft de eerste voor komend seizoen al gezaaid. In oktober zijn ze er weer. #buijtenlandvanrhoon

zaterdag 8 december 2018

Groene en paarse spruiten op de (vrije) markt.

Foto: Renée Rooijmans
Alweer een maand geleden, woensdag 7 november, was het dankdag voor gewas en arbeid. Gert vertelde vorig jaar dat rond die datum de vraag naar spruiten meestal keldert. Wat hier vaak op volgt is een tekort en een stijging van de vraagprijs. Nederlandse spruiten gaan onder andere naar Spanje en zelfs naar Amerika.
Foto: Linda Hendriks
Foto: Paul van den Hooven
Half oktober pronkte ik met de eerste groene stammen op de markt. 
Dit seizoen waren de spruiten door de warme en hete zomer die maar aanbleef, een paar weken later oogstrijp. Daarbij is de opbrengst bij veel telers veel minder  (soms wel de helft) dan ‘normaal’, maar is de prijs juist lager. Doordat het een moeilijk spruitenjaar is, is de A klasse in de handel verdeeld in onderklasses. Hierdoor kan een spruit die anders als klasse B zou worden gesorteerd, toch nog als een klasse A worden verkocht. Meestal betekent schaarsheid van een product een hogere prijs, maar de kwaliteit van de spruiten valt ook tegen. Gert denkt dat de prijs lager uitvalt omdat de verwerkers meer tijd en kilo’s nodig hebben om een schoon en verkoopbaar product over te houden.
Een groot en onbeheersbaar probleem dit seizoen was trips. Een heel klein beestje dat langs de blaadjes van de spruitjes schraapt. Als een spruitje groter wordt, groeit de schade mee. De vroege spruiten hebben het meeste vraat opgelopen en de late spruiten zijn bijna niet aangetast. Dat late ras is het lekkerst volgens Gert en meestal zijn plaaginsecten het met onze smaak eens, maar in dit geval gaat dan niet op. Ook de paarse spruiten hebben nagenoeg geen schade. Ik vroeg Gert of hij niet tegen trips kan spuiten, maar die beestjes schijn je niet zo makkelijk klein te krijgen. 
Zelf heb ik dit voorjaar op onze tuin twee pogingen gedaan om spruitjes op te kweken, maar kiemden er maar drie van de misschien wel 100 zaden. De planten die daaruit groeiden, staan nu fier op de tuin tussen de 10 rode kolen die ik van Gert kreeg. Kolen nemen vrij veel plek in en die is op onze tuin beperkt. 
Toen Gert eind september bij ons op de tuin was, zei hij dat ik minder schade van plaaginsecten in de spruitjes heb dan hij. Mogelijk is dat te danken aan de diversiteit in ons kolenvak. Na een aanval van koolvlieg op de broccoli, bloemkool en palmkool in het voorjaar, hebben we na advies van ons bestuurslid, zij weet veel over ecologisch tuinieren en combinatieteelten, als de wiedeweer dille en Afrikaantjes gezaaid. Deze planten trekken nuttige insecten aan en stoten schadelijke insecten af. Ze geven zowel boven- als ondergronds geur af waar insecten op reageren. Dit is kennis die ik op Warmonderhof niet heb opgedaan. 
Foto: Renée Rooijmans
In april vertelde Gert dat hij 1200 paarse spruiten zou zetten. Er zijn in Nederland maar twee telers die een licentie hebben om het paarse spruiten ras Coraletta, ontwikkeld door Syngenta, te telen en verkopen. De verkrijgbaarheid ervan loopt via vaste afspraken met twee ketenorganisaties/groothandels en resulteert bijvoorbeeld in een vrolijke en excellente spruitenmix in de schappen van AH voor de feestdagen. 
Om de teelt van deze paarse spruiten te kunnen doen, moest Gert eerst een goed woordje doen, waarna de twee betreffende telers en het zaadbedrijf zouden stemmen. Eén teler en het zaadbedrijf waren voor, waarna Gert groen licht had om plantgoed te bestellen. Er is weleens eerder geprobeerd om paarse spruitjes op de markt te brengen, maar die waren niet te eten. De smaak van Coraletta is een beetje nootachtig en wat zoeter dan de groene spruit. De paarse kleur verdwijnt bij koken, maar blijft bij stomen, roosteren en roerbakken.
Foto: Jeroen van Wisse
De paarse spruit laat vanaf half november goed los van de stam en is tot in februari beschikbaar. Op de markt zijn we 27 oktober begonnen met de verkoop van de prachtige stammen. 
Foto: Renée Rooijmans

Foto: Jeroen van Wisse
Vorige week zaterdag verkocht ik ze voor de zesde week op rij. Mensen weten niet wat ze zien en reageren er erg enthousiast op. Deze week heeft Gert 10 kilo losse spruitjes exclusief met de hand geplukt voor op de markt. Dit scheelde apart sorteerwerk, wat met machinale pluk gepaard gaat. De groene en paarse stammen zouden dan apart gehouden moeten worden voor de sorteerband. Helaas werd de Oogstmarkt vandaag voor het eerst sinds het bestaan van bijna 10 jaar gecanceld. De wind was te krachtig en de haringen, waarmee de kramen geankerd moesten worden, vlogen in het rond. De paarse spruiten verkocht Gert desondanks binnen no time via zijn andere lokale afzetkanalen. 
Foto: Renée Rooijmans

Foto: Renée Rooijmans

zondag 18 november 2018

Markt als podium



Foto: Renée Rooijmans
Foto: Jeroen van Wisse
Kiekeboe 🐄 Mijn kraam als podium met hoofdrolspelers, passanten en figuranten. Wie wie is hangt af van perspectief. Gister legden de stadsantropoloog Renée en de stadsbakkert Jeroen Bakt schoonheid en sfeer vast. Ze schepten een kader. En ik herinnerde me een foto uit het archief (2016) van Rotterdamse Oogst waarin alles samenkomt. Ik ben de spin in het web, staand tussen de levende en eetbare decor- & pronkstukken. Het doek valt als ze verkocht zijn, maar het plot wordt elkeweek weer vervolgd. Het telkens weer optekenen van de verhalen gaat vanzelf. Gister had ik wat groente verkocht aan twee vrouwen. Er liep een man voorbij, die vroeg hoeveel de boerenkool kost, die aan mijn kraam hing. €2,50 per stronk. Hij liep door. De vrouwen zeiden iets tegen elkaar in het Marokkaans en lachten erbij. Ik vroeg of ze nou grappen aan het maken waren over boerenkool. ‘Mijn schoonmoeder zei dat ze het niet duur vindt voor zo veel boerenkool, maar dat ze toch geen koe hebben om het allemaal op te eten.’ #etenverbindt 
Foto: Gerda Zijlstra